Verhaal van thuismentor Joop | School's cool

‘We maken er een feestje van, toch Nick?’ Nick drinkt eerst zijn glas cola leeg en knikt dan naar Joop, zijn mentor. ‘Ik heb er nu wel zin in’, antwoordt hij. Binnenkort gaat Nick met zijn klas op schoolkamp en hij zag er behoorlijk tegenop. Met Joop, die iedere donderdagmiddag bij hem thuiskomt, heeft hij er over gepraat. ‘Nu ik weet welke jongens uit mijn klas er nog meer komen en wat we gaan doen, lijkt het me wel leuk’, zegt hij. ‘Zeker omdat we naar Walibi gaan.’

Een 8 of een 9

Sinds het begin van het schooljaar komt Joop (53) iedere week een middag bij Nick (14) thuis over de vloer. Eerst kletsen ze even, meestal samen met Nicks moeder en drinken ze thee met een koekje. Nick: ‘Als mijn vader de koekjes tenminste niet heeft opgegeten!’ Daarna gaan ze samen aan het werk. Nick: ‘Joop is heel aardig. Hij leert me plannen, zodat ik weet wanneer ik wat moet doen. Met Engels heeft hij me goed geholpen. Ik ben dyslectisch en ik heb nooit veel zin om te lezen of woordjes te leren. In het begin haalde ik daardoor onvoldoendes. Toen moest ik van Joop alle woordjes eerst opschrijven en ze daarna voorlezen. Nu heb ik altijd een voldoende en meestal een 8 of een 9.’

1000 leerlingen 

School’s cool is in 1997 ontstaan toen een school een mentor zocht voor een leerling die wel wat extra aandacht kon gebruiken. Inmiddels koppelt de organisatie jaarlijks circa 1000 leerlingen aan een vrijwillige thuismentor.
Bestuurslid Ingrid de Jong: ‘Onze organisatie zit dicht tegen het onderwijs aan. Scholen kunnen leerlingen bij ons aanmelden, maar wij benaderen zelf ook scholen met de vraag welke leerlingen extra steun van een thuismentor zouden kunnen gebruiken’ Dat de aanpak van School’s cool werkt is duidelijk. Leerlingen met een thuismentor hebben een aanzienlijk grotere kans te slagen en zij kunnen mede daardoor ook vervolgkeuzes maken die bij hen past, zegt Ingrid de Jong. ‘De kinderen krijgen er zelfvertrouwen door en de kans om zelf verantwoordelijkheid te nemen voor hun educatie. Dat motiveert enorm.’

Strijd leveren

Joop herkent veel van zichzelf in Nick. ‘Zelf heb ik op latere leeftijd de diagnose ADD gekregen en inmiddels heb ik mijn eigen coachingsbureau. Nick heeft ADHD en een vorm van autisme. Ik weet welke strijd sommige kinderen moeten leveren. De oorzaak van hun problemen wordt vaak bij hen gelegd. Dat is geen eerlijk startpunt voor een kind. We moeten als maatschappij ingericht zijn op verschillende kinderen en de leerlingen die extra steun nodig hebben hierin begeleiden. Joop is blij als hij daar iets in kan betekenen. ‘Omdat Nick dyslectisch is, heeft Nick meer tijd nodig om de stof te leren, maar hij mocht geen boeken mee naar huis nemen. Daarom ben ik op school gaan praten, met als resultaat dat het nu wel mag.’  

Intervisie

Iedere kandidaat-mentor die zich aanmeldt bij School’s cool krijgt een uitgebreid intakegesprek. Hoewel natuurlijk iedereen anders is, moet iedere mentor goed kunnen luisteren, geduldig zijn, het leuk vinden om met kinderen met een andere (culturele) achtergrond om te gaan en niet te sturend of oordelend zijn, zegt Ingrid de Jong. De mentor bezoekt de leerling één uur per week aan huis. Het mentoraat duurt circa een jaar tot anderhalf jaar. Voor de thuismentoren organiseren we regelmatig intervisiebijeenkomsten en workshops waar je met collega-mentoren ervaringen kunt delen en jezelf als mentor kunt ontwikkelen.’ Ook heb je een aanspreekpunt bij School’s cool waar je terecht kunt als je vragen hebt.

Veel lol 

Mentor Joop leert op zijn beurt ook een hoop van Nick. ‘Hij is oprecht en we hebben dezelfde humor. Hij vindt het leuk om dingen samen te doen. Zo zijn we een keer naar een hangar bij Schiphol geweest want Nick wil misschien wel iets met vliegtuigtechniek gaan doen. Aanvankelijk was Nick best gesloten. Hij vond het moeilijk om te zeggen wat er in zijn hoofd omging maar dat heeft hij geleerd. Ik kan mijn persoonlijke ervaringen overdragen. Nick geeft mij veel energie.   Ook Nick is blij met Joop. ‘Eerst vond ik het spannend, want ik wist niet wat ik kon verwachten. ‘Maar Joop helpt me gewoon goed. We praten veel over school en mijn dag; dingen die ik leuk vind of irritant.’