Wout (11): " Niemand had het in de gaten"

“Ik doe wel de gordijnen dicht”, zegt Wout (11). Hij wil niet dat iemand hem ziet. Samen met zijn vader en kleine zusje Kim (6) woont Wout in de zogeheten maatschappelijke opvang. Volgens hem kun je het beter een ‘zwervershuis’ noemen. “Hier wonen allemaal best wel rare mensen. Er wordt veel geschreeuwd en gehuild. Of ik dat eng vind? Nee dat niet, maar ik vind het wel zielig voor mijn zusje. Zij wordt ’s nachts vaak wakker van geschreeuw en moet dan ook huilen.”

Het leven van Wout is twee jaar geleden van het ene op het andere moment verandert in een nachtmerrie. Zijn moeder werd ziek en is overleden. Of dat nog niet genoeg was, is zijn vader niet veel later zijn baan kwijt geraakt. Wout weet niet precies waarom. “Hij ging ineens niet meer naar zijn werk. Hij was elke dag thuis en lag altijd in bed. Ik bracht toen mijn zusje naar school. Dat was niet zo moeilijk hoor want ze zit op dezelfde school als ik. ”

Sinds drie maanden woont het gezin in een crisisopvang van het Leger des Heils. “De kinderen uit mijn klas weten niet dat ik hier woon. Dat wil ik ook niet. Ze weten ook niet dat mijn moeder dood is. Nee, niemand had het in de gaten.” Op de vraag wat niemand precies in de had gaten had,  reageert hij: “niets. Ze wisten niets.” Wout wil liever niet verder praten over het verleden.

Volgens de maatschappelijk werkster heeft Wout het erg zwaar gehad de afgelopen twee jaar. “Zijn vader is na het overlijden van zijn vrouw volledig ingestort en aan de drank geraakt. Hierdoor raakte hij zijn baan kwijt en betaalde hij geen huur meer. Het gezin had al langer schulden en uithuisplaatsing was helaas niet meer te voorkomen. Wout heeft in die tijd voor zichzelf en voor zijn zusje gezorgd.”

Over het wonen in de opvang heeft Wout gemengde gevoelens. "Er is hier niet veel te doen voor kinderen. Tenminste niet voor kinderen van mijn leeftijd. Voor kleine kinderen is er wel een speelkamer met poppen enzo. Ik zou wel graag een computer voor mezelf willen. Soms mag ik wel even op de computer van Sandra (de maatschappelijk werkster red.) Dat is wel lief. Maar meestal ga ik naar de tuin. Daar staat een boom waar ik vaak in klim. Ik blijf daar dan een tijdje zitten. Waar ik dan aan denk? Ik hoop dat mijn vader weer blij wordt.”